Op 1 oktober nam de verzekeringssector als eerste een standpunt in over de problematiek van de knelpuntberoepen en andere vragen van minister van Werk Kris Peeters. Om zijn zomerakkoord voor de werkgelegenheid - de arbeidsdeal - uit te voeren, bevraagt de minister de sectoren, en het is kort dag (de concrete maatregelen zouden er vóór eind 2018 moeten liggen). Op 1 oktober nam de verzekeringssector als eerste een standpunt in over de problematiek van de knelpuntberoepen en andere vragen van minister van Werk Kris Peeters. Om zijn zomerakkoord voor de werkgelegenheid - de arbeidsdeal - uit te voeren, bevraagt de minister de sectoren, en het is kort dag (de concrete maatregelen zouden er vóór eind 2018 moeten liggen).

Het Paritair Comité voor het verzekeringswezen ontving dit specifieke verzoek van minister van Werk Kris Peeters eind augustus, via een brief van de dienst collectieve arbeidsbetrekkingen van de FOD Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg. De minister wilde het advies inwinnen van alle sectoren, waaronder de verzekeringssector, met betrekking tot twee punten in het akkoord. Hij had meer bepaald de volgende inbreng van de sector nodig:

  • enerzijds het oplijsten van de knelpuntberoepen, kritieke functies en functies die door de digitalisering dreigen te verdwijnen;
  • anderzijds het formuleren van voorstellen en aanbevelingen in verband met de inschakeling van de sectorale fondsen in het opleidingsbeleid en de in dit kader bereikte resultaten, met name voor de knelpuntberoepen.

De sociale partners van de sector, vertegenwoordigd binnen het Paritair Comité voor het verzekeringswezen, hebben besloten om gezamenlijk het onderstaande te antwoorden. Daarbij vragen zij hun autonomie te respecteren en beklemtonen ze de algemene sectorale situatie en de acties die op dit vlak al zijn ondernomen.

Vooreerst is het opleidingsniveau van de werknemers in de verzekeringssector al vanaf de aanwerving bijzonder hoog. Zo tonen de cijfers van het jaar 2017 bijvoorbeeld aan dat

  • drie vierde van de werknemers (75,3 %) universitair of ander hoger onderwijs genoot;
  • 83 % van de werknemers jonger dan 50 jaar houder is van een bachelor- of masterdiploma.

Niettegenstaande het al hoge opleidingsniveau investeert de sector in levenslang leren (Lifelong Learning) met een reeks initiatieven en maatregelen, waaronder:

  • het collectief krediet van vier dagen per voltijdsequivalent;
  • de recente invoering van een budgettaire kredietlijn om interne opleidingen in de ondernemingen te versterken (in uitvoering van het sectorakkoord 2017-2018);
  • een aanvraagprocedure voor opleidingen die berust op de volgende elementen:

- het principe ‘toegang tot opleiding voor iedereen’;
- het recht van elke werknemer om zijn behoeften op het vlak van opleiding te uiten;
- weigert de hiërarchie de opleiding, dan is er voorzien in een beroepsprocedure bij de HR-dienst van de onderneming;
- wordt de opleiding opnieuw geweigerd, dan is een schriftelijke motivering van de weigering vereist;
- een jaarlijks verslag aan de paritaire organen van de onderneming over de opleidingen: soort, aantal … en uiteraard ook de weigeringen.

  • het sectoraal opleidingsfonds, FOPAS, is al meer dan 25 jaar actief en registreerde alleen al in 2017 meer dan 6.400 deelnemers aan de opleidingen die het organiseert of ondersteunt. De cijfergegevens zijn beschikbaar in de jaarverslagen die zijn bezorgd aan de administratie van de FOD WASO.

Wat meer bepaald de functies betreft die bedreigd zijn door de digitalisering:

  • de sector blikt al enige tijd vooruit op de te verwachten veranderingen, perspectieven en evoluties
  • de tool COMPAS, ontwikkeld door FOPAS, maakt het mogelijk opleidingen individueel en op profiel af te stemmen (een update van deze tool is momenteel aan de gang).
  • FOPAS vernieuwt regelmatig zijn vormingsaanbod en legt daarbij het accent op digitale vaardigheden, zie het vormingsaanbod op de website van FOPAS;
  • een studie over de verwachte competenties en toekomstige opleidingsbehoeften van de werknemers in de sector werd verricht in samenwerking met een externe consultant (Marleen Limbourg);
  • het ‘observatorium voor de evolutie van de beroepen in de verzekeringssector’ is opgezet, om te anticiperen op toekomstige evoluties en om vooruitblikkende denkoefeningen te houden over werk, opleiding en competenties in de verzekeringssector. De sociale partners wilden hier een bredere zichtbaarheid aan geven en creëerden daarom in 2017 de website www.observo.be;
  • Zeer recent nog besloten de sociale partners om opnieuw een beroep te doen op een externe consultant om de impact van de digitalisering in de sector te bestuderen, in het verlengde van het “joint paper on the social effects of digitalisation” van de Europese sociale partners (waarvan u hier de tekst vindt).

De sociale partners in de sector zijn dus al bijzonder actief wat de uitdaging betreft van de door de digitalisering bedreigde functies; zij vragen daarom hun autonomie, hun kennis van het terrein en de kenmerken eigen aan de verzekeringssector te respecteren.

Wat de knelpuntberoepen en de kritieke functies betreft:

De verzekeraars erkennen dat zij moeilijkheden ondervinden om medewerkers aan te werven voor een bepaald aantal beroepen, waaronder voornamelijk

  • beroepen die verband houden met het actuariaat;
  • vakrichtingen in het domein Risk & Finance;
  • tweetalige verzekeringsbedienden;
  • IT-beroepen die verband houden met digitalisering en artificiële intelligentie;
  • tweetalige masters in de rechten;
  • contactcenterbedienden (verkoop/bijstand);
  • personen die de IFRS-normen in het Engels beheersen;
  • specialisten in verzekeringsgeneeskunde en de evaluatie van lichamelijke schade (post-masterspecialisatie).