Begin maart reageerde Insurance Europe op een openbare raadpleging naar aanleiding van het ontwerp van een OESO-aanbeveling omtrent financiële informatie en educatie. Het doel hiervan is één enkele norm te creëren om regeringen, overheden en andere betrokken partijen te ondersteunen bij het ontwikkelen, toepassen en evalueren van strategieën voor financiële educatie.

In zijn reactie looft Insurance Europe het verrichte werk en het feit dat de OESO-aanbeveling de verzekering expliciet als onderdeel identificeert van strategieën voor financiële educatie. De beste aanpak om individuen tot gedragsverandering aan te sporen, zo wordt gesteld, omvat een vroege start en de integratie van financiële geletterdheid in de leerplannen. Verder mag men niet uit het oog verliezen dat ook de werkplaats zich uitermate leent tot het verstrekken van financiële informatie. Insurance Europe nodigt de Europese en internationale overheden uit om een prominentere rol spelen op het vlak van ondersteuning van de nationale strategieën, en vraagt de Europese Commissie het initiatief te nemen voor een aanbeveling hieromtrent.

Een tijdje eerder had Assuralia de gelegenheid aangegrepen om bij te dragen tot de uitwerking van de OESO-aanbeveling over financiële geletterdheid en educatie.

“Zowel onze leden als de beroepsvereniging zelf engageerden zich al voor activiteiten rond financiële educatie vóór dit thema in het beleid van de financiële diensten was opgenomen. Informatieverstrekking aan de consument over de verzekering en over de pensioenen is een doelstelling die in de statuten van onze beroepsvereniging staat. We blijven erop hameren dat financiële dienstverleners moeten worden aangemoedigd en erkend voor hun inspanningen op het vlak van financiële geletterdheid en educatie in plaats van hierbuiten te worden gehouden, zolang zij maar het principe respecteren om geen commerciële doelstellingen na te streven in hun programma’s voor financiële educatie.” Aldus het standpunt van Assuralia. De beroepsvereniging vindt dat men financiële geletterdheid en educatie als beleidsdoelstelling zou moeten erkennen en dat de regeringen hun schouders hieronder moeten zetten, door de lijnen ervan uit te tekenen en te valideren, alsook door de vorderingen op te volgen.

Volgens Assuralia kan de wetgever ook maar beter in gedachten houden dat eenvoudige en heldere regels gemakkelijker te begrijpen zijn voor de eindconsument. De beroepsvereniging is dan ook van mening dat eenvoudige en stabiele wetten en fiscale principes een hulpmiddel voor de consument zijn om een goed geïnformeerde keuze te maken. Daarnaast zouden de financiële dienstverleners inspraak moeten hebben bij de instanties die belast zijn met het beleid inzake financiële educatie, bij voorkeur op een formele manier.

Bovendien is het zo dat de beroepsverenigingen, vooral die met een hoge representativiteit, het best geplaatst zijn om gedragscodes op het vlak van financiële educatie uit te werken, te evalueren en zo nodig aan te passen.
Net als Insurance Europe stelt Assuralia voor om in de OESO-aanbeveling het belang van de werkplaats te benadrukken als locatie waar financiële educatie erg doeltreffend kan zijn: aanvullende pensioenen zijn een belangrijk onderdeel van de financiële situatie van werknemers. Het is dus aanbevelenswaardig deze werknemers correct te informeren over de manier waarop zij hun individuele keuzes kunnen afstemmen op de collectieve plannen.

Ten slotte vestigt Assuralia de aandacht op twee prioritaire punten die moeten worden verbeterd:

  • de bekendheid van de diensten waartoe men zich voor hulp of herstel kan richten om geschillen op een alternatieve manier op te lossen, zoals de klachtendiensten binnen de ondernemingen en de dienst Ombudsman;
  • de basiskennis van de verschillende risiconiveaus en van de garanties van diverse financiële producten, vooral op het gebied van spaartegoeden en pensioenen.