De impact van Europese regelgeving op de sector
Een gesprek met Paul Windels over de grote dossiers in prudentiële regelgeving, rapportering en Europese ontwikkelingen.
Paul, welke dossiers waren het afgelopen jaar het meest bepalend binnen Risk & Finance?
Het voorbije jaar werd volledig gedomineerd door drie grote blokken: Solvency II, herstel- en resolutiemaatregelen (IRRD) en DORA. Daarnaast kwamen er tal van nationale consultaties en Europese technische standaarden bovenop. Het pakket is zo omvangrijk dat zelfs binnen de sector soms onderschat wordt hoeveel werk erin kruipt.
Het voorbije jaar hebben we ongeveer 25 overlegmomenten met de Nationale Bank gehad over Solvency II, IRRD en DORA. Dat zegt genoeg. Daarbovenop kwamen nog de Europese consultaties, de review, de nieuwe rapporteringseisen en bijkomende nationale circulaires.
De Europese simplificatie-oefening rond rapportering was een belangrijk thema. Wat heeft Assuralia daarin kunnen betekenen?
We hebben daar heel concreet een verschil gemaakt. Samen met de ondernemingen hebben we alle rapporteringen – prudentieel, financieel en duurzaamheidsrapportering – volledig tegen het licht gehouden.
Daaruit volgden verschillende voorstellen aan de Nationale Bank en de Europese beleidsmakers, onder meer rond:
- vereenvoudiging van governance-rapportering;
- vereenvoudiging van prudentiële rapportering;
- nationale vereisten zoals de ‘dekkingswaardenrapportering’ en de ‘knipperlichtvoorziening’;
- technische rapporteringstemplates (QRT’s);
- de duurzaamheidsrapportering onder CSRD en CSDDD.
De dialoog met de toezichthouder was constructief. De Nationale Bank is steeds bereid om naar onze voorstellen te kijken, heeft ons in verschillende dossiers geholpen om oplossingen te vinden en deze soms zelfs op Europees niveau mee verdedigd.
Hoe verliep dat overleg met de Nationale Bank en andere beleidsmakers?
Eigenlijk zeer goed. We moeten onze standpunten natuurlijk altijd goed onderbouwen, maar we ervaren de Nationale Bank als een echte partner in de zoektocht naar evenwichtige oplossingen. We trachten uiteraard steeds voorstellen te ontwikkelen die vanuit een prudentieel oogpunt aanvaardbaar zijn.
Ook het overleg met het kabinet van Europees parlementslid Van Overtveldt liep constructief. Er is steeds bereidheid om te luisteren, en we merken dat onze input effectief mee de Belgische positie vormt in de Europese discussies.
Solvency II blijft een groot dossier. Wat zijn de belangrijkste punten uit de Solvency II-review?
De review is bijzonder technisch. Denk aan discussies over de risicovrije rentecurve, volatility adjustment, risicomarge, en de impact daarvan op de kapitaalvereisten.
De aanpassing van de Delegated Act was een zware oefening – met een informele consultatie voor de zomer, een officiële tijdens de vakantie, en de publicatie in oktober. We hebben intensief gelobbyd, zowel rechtstreeks als via Insurance Europe, en daarbij nauw samengewerkt met de Permanente Vertegenwoordiging en de Nationale Bank. Dat heeft echt vruchten afgeworpen.
De IRRD (Insurance Recovery and Resolution Directive) lijkt aan belang te winnen. Waarom?
Aanvankelijk leek IRRD een aanhangsel van Solvency II, maar het groeide al snel uit tot een volwaardig en ingrijpend dossier.
We spreken over maatregelen om:
- ondernemingen in moeilijkheden tijdig bij te sturen (herstelplannen),
- of in het slechtste geval op een ordelijke manier te liquideren of op te splitsen (resolutieplannen).
De discussies zijn intens. Sommige landen denken zelfs aan resolutiefondsen van tientallen miljarden. Ook voor België wordt dit een cruciaal dossier, waarbij de resolutieautoriteit binnen de Nationale Bank een belangrijke rol speelt. Assuralia heeft intussen zo’n twintig consultaties behandeld.
Daarnaast loopt parallel een Europese oefening rond garantiestelsels. Dat raakt rechtstreeks aan de bescherming van levensverzekeringscontracten, dus dat dossier volgen we van zeer nabij op.
Dan is er nog DORA, de Europese verordening rond digitale weerbaarheid. Wat stond daar op het programma?
DORA is in januari van start gegaan, maar veel technische vereisten werden pas achteraf uitgewerkt. Daardoor hadden we dit jaar nog meerdere consultaties, onder andere over:
- het informatieregister voor ICT-risicobeheer,
- rapportering van ernstige incidenten,
- verschillende technische standaarden op Europees niveau.
Daarbovenop komt in 2026 de eerste TIBER-stresstest voor 10 Belgische verzekeringsondernemingen. Dat zijn complexe oefeningen die weken in beslag nemen en waarvoor we het overleg met de NBB helpen voorbereiden. De samenwerking met de Nationale Bank is ook hier uitstekend.
Jullie werken ook aan een project rond de overstap naar IFRS voor de jaarrekening. Wat houdt dat in?
Samen met Febelfin werken we aan de vraag of Belgische financiële instellingen en verzekeringsondernemingen de mogelijkheid kunnen krijgen om hun statutaire jaarrekening volgens IFRS op te maken.
Daarvoor zijn gesprekken gevoerd met:
- de Nationale Bank,
- de Commissie voor Boekhoudkundige Normen,
- het Instituut van de Bedrijfsrevisoren en het IREFI,
- het VBO en andere beroepsverenigingen.
Het is een traject dat nog jaren zal lopen, maar dit jaar hebben we de fundamenten gelegd. Binnen de sector leeft het sterk: grotere ondernemingen zijn voorstander, kleinere eerder terughoudend. We bekijken hoe we voldoende draagvlak kunnen creëren.
Als je moet pinpointen waar Assuralia het verschil heeft gemaakt: welke dossiers springen er dan uit?
Ik zou twee dossiers naar voren schuiven:
- Simplificatie van de rapportering
We hebben concrete, inhoudelijke resultaten geboekt. Door constructief samen te werken met de Nationale Bank hebben we knelpunten aangepakt en oplossingen voorbereid die de sector op lange termijn helpen. - DORA
Dankzij regelmatig en diepgaand overleg werden onze aandachtspunten meegenomen in de implementatie. De Nationale Bank hanteert daardoor in België een pragmatische maar toch solide aanpak. Gezien het gewicht van cyberrisico’s is dat echt betekenisvol.