Papieren verzekeringskaart maakt plaats voor digitaal register
Het project ‘Proof of Insurance’(POI) zit in een finale fase. Dit onderwerp roept heel wat praktische vragen op. Wat gebeurt er bijvoorbeeld als de klassieke verzekeringskaart binnenkort volledig uit de wagen verdwijnt? Hoe zal men in de toekomst kunnen aantonen dat een voertuig verzekerd is? Welke rol is daarbij weggelegd voor de verzekeringsmakelaars? En wat als men met de wagen naar het buitenland reist? Reden genoeg voor de Federatie voor Verzekerings- en Financiële tussenpersonen (FVF) om Thomas Vierset, Adviseur Motorrijtuigen bij Assuralia, te interviewen over de contouren en gevolgen van dit groots project.
Kan je even kort toelichten wat de algemene doelstelling is van POI?
Thomas Vierset :De algemene doelstelling van het project POI is het verzekeringsbewijs te ‘dematerialiseren’. Het zal niet langer een (papieren of digitale) verzekeringskaart zijn, maar een inschrijving in een register bij het Belgisch Gemeenschappelijk Waarborgfonds (BGWF). Het gaat om de globale modernisering van de manier waarop men naar het verzekeringsbewijs kijkt. Politiediensten zullen zo ook de klok rond en 7 dagen op 7 de verzekeringssituatie van een voertuig kunnen nagaan, zelfs zonder het tegen te houden en de bestuurder ervan om zijn verzekeringsbewijs te vragen. Dat zal tot gerichtere controles leiden (het is niet langer nodig alle voertuigen tegen te houden, maar alleen die waarvoor het BGWF niet over een bevestiging van de verzekering beschikt).
Wat gebeurt er dan met het verzekeringsbewijs?
Thomas Vierset : Het is de inschrijving van de verzekeringspolis in het door het BGWF bijgehouden register die als verzekeringsbewijs zal gelden. Automobilisten zullen dus niet langer verplicht zijn het verzekeringsbewijs in papieren of digitale vorm bij zich in de auto te hebben én zullen dus niet meer worden beboet als zij dit niet kunnen voorleggen. De verzekeraar (of verzekeringstussenpersoon) is ook niet langer verplicht het aan de verzekeringnemer te verstrekken, al kan het steeds op vraag van de klant worden afgeleverd (als die bijvoorbeeld naar het buitenland reist, naar een land waar dit document wel vereist is om het grondgebied te mogen betreden).
De klant van de makelaar heeft een ongeval, hoe controleert hij/zij vanaf de uitrol van POI of de tegenpartij geldig verzekerd is?
Thomas Vierset : Vandaag beschikken de partijen over het verzekeringsbewijs, dat evenwel geen afdoend bewijs vormt van een geldige verzekeringsdekking op de datum van het ongeval. De polis kan intussen zijn opgezegd of het document kan vals zijn. De verzekeringskaart toont enkel aan dat op het tijdstip van haar afgifte een verzekering van kracht was.
Morgen kan de verzekeringssituatie worden nagegaan via een website. Een burger zal, na authenticatie, het register kunnen raadplegen op basis van een kentekenplaat (of chassisnummer). Daarvoor moet hij over de vereiste hoedanigheid beschikken (bestuurder, eigenaar, benadeelde, enz.). Bevestigt het register dat er een verzekering is, dan kan de betrokkene ook de naam van de verzekeraar en het nummer van de verzekeringspolis opvragen. Dat is altijd handig bij het invullen van het aanrijdingsformulier na een ongeval.
Vandaag bieden sommige verzekeraars hun verzekeringnemers al de mogelijkheid om hun polisgegevens in een beveiligde digitale omgeving te raadplegen (via een app of klantenportaal).
Is dit een Europese evolutie? Wat als men met de auto naar het buitenland gaat? Hoe weet de betrokkene in welke landen zijn/haar BA Motorrijtuigen verzekering geldig is (nu vermeld op het verzekeringsbewijs)?
Thomas Vierset : In heel Europa innoveren de verzekeraars en investeren ze in digitalisering, in samenwerking met overheidsinstanties. Het verzekeringsbewijs is al in meerdere landen niet langer een document, maar een inschrijving in een register (Frankrijk, Spanje, enz.).
Een Belgische automobilist die vandaag naar het buitenland reist, wordt verondersteld zijn verzekeringskaart bij zich te hebben (op papier of digitaal). Bij een controle kan hij die dan voorleggen aan de buitenlandse autoriteiten.
Na de lancering van POI kan hij nog steeds een verzekeringskaart aanvragen bij zijn verzekeraar of verzekeringstussenpersoon, die kaart verdwijnt dus niet.
Maar heeft hij dat niet gedaan, dan zijn er andere manieren waarop hij kan aantonen dat het voertuig wel degelijk verzekerd is: zo kan hij de bevestiging van de verzekering tonen via de POI-website (ook raadpleegbaar vanuit het buitenland), hij kan de polisgegevens terugvinden in de gepersonaliseerde, beveiligde klantenruimte waarin zijn verzekeraar of verzekeringstussenpersoon voorziet, enz.
Wat het gedekte grondgebied betreft, moet je weten dat de Belgische verzekeraars wettelijk verplicht zijn dekking te verlenen in een groot aantal landen. Daar zal de dekking dus altijd gelden, ongeacht de verzekeraar. Wat die landen betreft, kan de verzekerde er gerust in zijn dat hij verzekerd is.
Daarnaast zijn er landen waar de dekking facultatief is. Om voor deze landen na te gaan of ze onder de dekking vallen, kan de verzekerde ofwel zijn verzekeringskaart raadplegen als hij die heeft, ofwel zijn verzekeraar of verzekeringstussenpersoon aanspreken. Mogelijk vermelden verzekeraars de landen waar de dekking geldt ook in hun eigen omgeving.
Als geheugensteuntje voor de automobilist zal de POI-website een kaart van Europa – in de ruime zin – publiceren waarop staat aangegeven voor welke landen de Belgische verzekeraars verplicht zijn dekking te bieden en voor welke landen de dekking facultatief is of zelfs altijd uitgesloten is, zoals voor Rusland of Iran.
Hoe wordt de rol van de verzekeringsmakelaar gepositioneerd binnen dit gehele project?
Thomas Vierset : De verzekeringstussenpersoon speelt een cruciale rol. Hij verzamelt namelijk de informatie over het te verzekeren voertuig en de andere gegevens die nodig zijn om de polis aan te maken. De kwaliteit van zijn werk heeft dan ook een rechtstreeks effect op de kwaliteit van het register (POI) en dus op de correcte weergave van de verzekeringssituatie van het voertuig van zijn klant. Om een concreet voorbeeld te geven: als de nummerplaat niet (correct) in het POI-register staat vermeld, zal elke raadpleging van de verzekeringssituatie op basis van die nummerplaat een negatief resultaat opleveren (en kan de verzekering niet worden bevestigd). Het imago en de reputatie van de hele sector staan dus op het spel.
Ook in de communicatie speelt hij een centrale rol. De federaties van tussenpersonen werden overigens al in een vroeg stadium bij het project betrokken en geïnformeerd over de grote krijtlijnen ervan.
De makelaar zal voor zijn klanten een centraal aanspreekpunt zijn voor informatie over dit project en de veranderingen die het met zich meebrengt.
En wat met vloten?
Thomas Vierset: Om te kunnen voldoen aan de nieuwe vereisten die het project stelt (snellere gegevensuitwisselingen) werd er een nieuwe tool gecreëerd (Verifleet) voor wagenparken waarvan het beheer aan tussenpersonen is gedelegeerd. Deze tool zal moderne, snellere gegevensstromen garanderen. De meeste betrokken verzekeringsondernemingen zijn op die nieuwe tool aangesloten, maar veel verzekeringstussenpersonen zijn dat nog niet. Alle tussenpersonen die betrokken zijn bij het beheer van gedelegeerde vloten dienen dan ook het nodige te doen. Zij kunnen dit ofwel rechtstreeks zelf regelen, ofwel via een dienstverlener als Portima. Assuralia volgt dit dossier nauwgezet op. Het is trouwens opgenomen in ons jaarlijks actieplan.
Wat als de verzekeringspolis niet meteen kan worden opgesteld (bijvoorbeeld door achterstanden bij de verzekeringsmaatschappij) en het voertuig toch al wordt gebruikt?
Thomas Vierset: Om de verzekeringsondernemingen en -tussenpersonen voldoende tijd te geven om de overeenkomst (en dus de definitieve polis) aan te maken, is erin voorzien dat het voertuig automatisch gedekt is gedurende een periode van 30 dagen vanaf de datum van inschrijving. Deze periode stemt overeen met de klassieke duur voor tijdelijke verzekeringskaarten. De dekking wordt verleend door de verzekeraar waarvan de NBB-code bij de inschrijving werd geregistreerd. De tussenpersonen moeten dus de NBB-code kiezen van de verzekeraar waarbij de polis zal worden gesloten. De verzekeraars zullen controles uitvoeren om misbruiken te voorkomen.
Zijn alle verzekeringsmaatschappijen in de tak BA-auto al aangesloten op het systeem?
Thomas Vierset: Alle verzekeringsondernemingen die op de Belgische markt verzekeringen ‘BA Motorrijtuigen’ aanbieden, zullen op POI worden aangesloten.
Hoe realtime is de database in werkelijkheid? Welke gegevens worden gestockeerd in de database?
Thomas Vierset: ‘Realtime’ is nog geen absolute realiteit, aangezien er onvermijdelijk wat tijd zit tussen het aanmaken van de verzekeringspolis en het versturen van de nodige gegevens naar het BGWF. Op dit moment worden de gegevens ten minste eenmaal per dag verstuurd, en die verzendingen zullen in de toekomst steeds frequenter gebeuren.
Wat de mee te delen gegevens betreft: die staan opgesomd in de wet van 89 (artikel 19bis-6). Het gaat onder meer om het inschrijvingsnummer, de naam of benaming van de titularis van de kentekenplaat, het merk, het type en het chassisnummer van het voertuig, het nummer van de verzekeringspolis, enz. …
Wat is de stand van zaken van dit project? Waarom heeft het zo lang geduurd vooraleer POI kan uitgerold worden?
Thomas Vierset: Het wet- en regelgevingskader moet nog worden afgerond. Dat omvat het opstellen van de teksten en het inwinnen van verschillende adviezen (van de Commissie voor Verzekeringen, de regering, de GBA, de Raad van State …). We verwachten dat de laatste noodzakelijke wettelijke aanpassingen de komende maanden kunnen worden afgerond, waarna kan worden overgegaan tot de aanpassing van de koninklijke besluiten.
Op operationeel vlak werken de verzekeringsondernemingen aan de kwaliteit van de gegevens en van de gegevensuitwisselingen met het POI-register. Een dergelijk project vraagt tijd omdat het wijzigingen met zich meebrengt aan de interne procedures bij de verzekeraars met betrekking tot hun distributiepartners (zoals we hoger al aanhaalden in het kader van Verifleet). Het vergt een betere gegevenskwaliteit en kortere transmissietijden. Dat regel je niet allemaal op een, twee, drie. Hierbij zijn grote inspanningen en tal van informatica-ontwikkelingen nodig.
Wat wordt voorzien qua communicatie als sector naar de eindklant, want dit is toch wel een substantiële wijziging t.o.v. wat consumenten al jaar en dag kennen?
Thomas Vierset: Dit houdt inderdaad een grote verandering in voor de Belgische autobestuurder, die niet langer zijn verzekeringskaart in zijn auto moet hebben liggen. Dat is toch enigszins revolutionair, want de verzekeringskaart was al decennialang een verplicht document in ons land. Het is dan ook essentieel dit duidelijk te communiceren aan het brede publiek.
Wat die communicatie betreft, zijn de werkzaamheden al aangevat, maar zolang het wet- en regelgevingskader niet vastlag, was het moeilijk om dit luik af te werken. In de loop van de volgende maanden wordt hier zeker aan voortgewerkt. Zo is er een website in voorbereiding die de verzekerden alle nuttige info moet verschaffen.
Politiediensten zullen zo ook de klok rond en 7 dagen op 7 kunnen nagaan of een voertuig is ingeschreven in het register van het BGWF, zelfs zonder het tegen te houden en de bestuurder ervan om zijn verzekeringsbewijs te vragen.