Van herstel naar veerkracht: waarom klimaatrampen een gezamenlijke strategie vereisen
Uit de recente publicatie van de European State of the Climate report 2025 blijkt nog maar eens dat het risico op natuurrampen in Europa steeds groter wordt. Dit zal gepaard gaan met een steeds hogere herstelkost voor de samenleving.
In de verzekeringssector is die realiteit inderdaad bijzonder tastbaar. Na de zware overstromingen van 2021 lag de nadruk begrijpelijkerwijs op de vraag hoe het financiële systeem schade na natuurrampen kan opvangen. De vraag was toen vooral hoe we ervoor konden zorgen dat slachtoffers snel en correct geholpen worden. Dat debat was nodig. Maar het was onvolledig. Wie dacht dat daarmee het werk af is, mist de essentie. Want een systeem dat enkel reageert na de ramp, faalt structureel.
Het voorbije jaar is de focus duidelijk verschoven. Preventie en adaptatie zijn geen randthema’s meer, maar centrale en noodzakelijke beleidsvragen geworden. Niet alleen omdat klimaatschade toeneemt, maar omdat steeds duidelijker wordt dat enkel vergoeden geen duurzame strategie is. Klimaatschade wordt frequenter, intenser en duurder. Tot op een punt waarop het onbetaalbaar wordt, zowel voor de publieke als de private sector. Het volstaat dus niet langer om enkel aandacht te besteden aan de afhandeling van de schade na een klimaatramp. We moeten ook dringend nadenken over hoe we de samenleving beter kunnen beschermen door de potentiële schade van klimaatrampen te beperken.
Die omslag leidt tot een sterke toename van de aandacht voor de rol van verzekeraars in klimaatadaptatie. Overheden, Belgische en internationale organisaties, beroepsverenigingen en private spelers die actief zijn in preventie, monitoring en aanpassing aan klimaatrisico’s, kloppen steeds vaker aan bij de verzekeringssector. Dat is een positief signaal en tegelijk ook logisch. Verzekeraars beschikken over data, modellen en ervaring die cruciaal zijn om risico’s in te schatten, nog vóór ze zich manifesteren. De Belgische verzekeringssector heeft de data over klimaatschade waarover zij op sectorniveau beschikt gebundeld in een overzichtelijke klimaatschademonitor, die via duidelijke cijfers en trends inzicht geeft in de impact en evolutie van klimaatschade voor elke stad of gemeente in ons land en die voor iedereen raadpleegbaar is.
Verzekeraars behoren bovendien tot de grootste investeerders in publieke infrastructuur, voor uiteenlopende toepassingen, ook in infrastructuur die burgers beschermt tegen klimaatschade. Overheden en projectontwikkelaars kloppen daarvoor vaak bij hen aan.
Daarnaast staan verzekeraars in rechtstreeks contact met burgers wanneer die hun woning en bezittingen willen verzekeren. Die positie maakt hen bijzonder geschikt om mensen te sensibiliseren en te stimuleren om doeltreffende preventiemaatregelen te nemen die schade helpen voorkomen of beperken.
Helaas valt één zaak op: de verschillende initiatieven rond preventie zijn vaak opvallend weinig gecoördineerd. Ze zijn innovatief, goedbedoeld en inhoudelijk sterk, maar zelden ingebed in een breder strategisch kader. Iedereen wil vooruit, maar vaak zonder gedeeld kompas. Net dat maakt dat het resultaat van de inspanningen voorspelbaar dreigt te zijn: versnippering, overlapping en gemiste kansen. Een collectieve strategie is noodzakelijk.
Als we preventie en adaptatie echt willen verankeren, dan is coördinatie cruciaal. Klimaatrisico’s houden zich niet aan administratieve grenzen, sectorale logica’s of beleidsniveaus. Versnipperd beleid leidt onvermijdelijk tot gaten in het systeem, en die gaten worden vroeg of laat zichtbaar bij de volgende extreemweersituatie.
Daarom is het Europese initiatief om een Climate Resilience Strategy uit te werken zo belangrijk. Tegen eind 2026 wil de Europese Unie een kader voorstellen dat voor het eerst echt structuur brengt in het denken over klimaatrisico’s. De ambities zijn niet min.
Zo wordt werk gemaakt van Europees geharmoniseerde klimaatscenario’s, die verplicht meegenomen moeten worden in beleid op Europees, nationaal én lokaal niveau. ‘Resilience by design’ wordt geen modeterm, maar een basisprincipe bij de ontwikkeling van nieuw beleid, diensten en producten. Bovendien zullen verantwoordelijkheden expliciet worden vastgelegd: wie is waarvoor verantwoordelijk, en op welk niveau?
Ook de rol van voor verzekeraars wordt daarin scherp afgelijnd. Niet alleen als schadevergoeders binnen publiek-private samenwerkingen, maar als actieve partners in preventie en adaptatie.
Maar dat betekent ook dat de lat hoger komt te liggen. Verzekeraars zullen creatief en innovatief moeten zijn om hun rol waar te maken door mee na te denken over structurele oplossingen, incentives voor preventie en slimme vormen van risicobeperking.
Vandaag zien we al veelbelovende initiatieven waarin de verzekeringssector betrokken is bij preventie en adaptatie. Die trend zal alleen maar versterken.
De echte uitdaging ligt niet in de afhandeling van klimaatschade, maar in meer samenwerking en creativiteit om klimaatschade te beperken. De Belgische verzekeringssector staat klaar om daarbij een actieve rol te spelen. Assuralia wil daar ook graag mee het voortouw nemen.