Conventie Kettingbotsing

Tekst van de conventie Kettingbotsingen (vanaf 01.03.2004)

Lijst van de toegetreden ondernemingen tot de conventie Kettingbotsingen

Historiek

Deze verbintenisverklaring is in feite geen overeenkomst vermits de onderschrijvende verzekeringsondernemingen zich enkel verbinden tegenover hun eigen verzekerden. Het idee om de hierna beschreven procedure te ontwerpen is ontstaan naar aanleiding van het dramatische gebeuren in Deinze op 27 februari 1996 waarin een tweehonderdtal voertuigen bij een kettingbotsing betrokken waren. Het werd al gauw duidelijk dat de vele bestuurders geconfronteerd konden worden met het feit dat de aansprakelijkheden moeilijk zouden kunnen bepaald worden in dit kluwen van schroot. Dit kon tot gevolg hebben dat bestuurders pas zouden vergoed worden na een langdurig juridisch steekspel of gewoonweg geen verhaal hadden voor de opgelopen schade. De verzekeraars hebben dan beslist om in deze probleemsituatie af te wijken van de normale aansprakelijkheidsregels door een speciaal regime te voeren voor die slachtoffers die in de kou zouden komen te staan, met andere woorden voor de bestuurders die de fout van een andere moeilijk of niet kunnen aantonen. Hierbij dient onmiddellijk opgemerkt dat de andere inzittenden die geen bestuurders zijn, beschermd worden door de wet op de zwakke weggebruikers in overeenstemming met artikel 29bis van de Wet van 21 november 1989.

De verbintenis bestaat in een schadevergoeding uitgekeerd door de verzekeraar burgerlijke aansprakelijkheid aan zijn eigen verzekerde die als bestuurder betrokken is in een kettingbotsing waarvoor de verbintenisverklaring geldt. Dit heeft als voordeel dat de schadelijdende partij niet nogmaals het slachtoffer wordt van lange procedures die eventueel kunnen uitmonden in het feit dat er geen aansprakelijke kan worden bepaald.

Intussen heeft 96 % van de markt inzake autoverzekering deze verklaring onderschreven en werd ze inmiddels toegepast voor de kettingbotsingen die zich hebben voorgedaan in Rekkem op 29 januari 1998 en in Menen op 15 maart 1999.

Procedure

De inwerkingstelling van deze verbintenisverklaring is afhankelijk van de beslissing van een comité van verzekeraars zoals bepaald in de inleiding van de tekst van de verbintenisverklaring.

Deze beslissing zal genomen worden in functie van de omstandigheden van het gebeuren, rekening houdend met de bedoeling om de verklaring te laten inwerkingtreden wanneer de aansprakelijkheden moeilijk of niet zullen kunnen bepaald worden.

Eénmaal de verklaring van toepassing is op een bepaald gebeuren, verbinden de toegetreden verzekeringsondernemingen zich om de materiële schade (50%) en de lichamelijke schade te vergoeden van hun respectievelijke bestuurders volgens de modaliteiten die in de tekst terug te vinden zijn.

Het is bijgevolg van belang, als men wil kunnen genieten van de voordelen van deze verbintenisverklaring, na te gaan of de eigen verzekeraar burgerlijke aansprakelijkheid Auto wel degelijk toegetreden is tot deze verbintenisverklaring.